Beschrijving
Eurican Pneumo suspensie voor injectie (hond)
Bekijk de meest actuele productinformatie op de officiële website van de Europese Unie: medicines.health.europa.eu – Eurican Pneumo suspensie voor injectie (hond)
De onderstaande SPC-tekst was op 18-09-2026 de meest recente versie. Via bovenstaande link kunt u zelf nagaan of er een recentere versie beschikbaar is.
Samenvatting van de Productkenmerken (SPC)
1. Naam van het diergeneesmiddel
EURICAN Pneumo suspensie voor injectie voor honden.
2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling
Per dosis van 1 ml:
Werkzame bestanddelen:
Bordetella brochiseptica, geïnactiveerd ≥ 1,6 log10*
Parainfluenza type 2 virus, geïnactiveerd ≥ 1,6 log10*
*antistoftiter in gevaccineerde honden
Adjuvans:
Aluminiumhydroxide (Al+++) max 0,6 mg
Hulpstof:
Kwalitatieve samenstelling van hulpstoffen en andere bestanddelen: Formol
Opalescente en homogene suspensie.
3. Klinische gegevens
3.1 Doeldiersoort(en)
Honden.
3.2 Indicaties voor gebruik voor elke doeldiersoort
Actieve immunisatie ter vermindering van klinische symptomen veroorzaakt door Bordetella bronchiseptica en het parainfluenzavirus type 2 (kennelhoest).
Aanvang van de immuniteit: 2 weken na de basisvaccinatie.
Duur van de immuniteit: 1 jaar.
3.3 Contra-indicaties
Geen.
3.4 Speciale waarschuwingen
Vaccineer alleen gezonde dieren.
Bij jonge puppies kan de aanwezigheid van maternale antistoffen interfereren met de ontwikkeling van de post-vaccinale immuunrespons.
3.5 Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik
Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en):
De gebruikelijke regels van asepsis toepassen.
Het wordt aanbevolen om ten minste 10 dagen vóór de injectie te ontwormen.
Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient:
In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu:
Niet van toepassing.
3.6 Bijwerkingen
Honden:
Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Hyperthermie
Zeer zelden (< 1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten): Nodule op de plaats van injectie1, Overgevoeligheidsreactie2
1 voorbijgaand (tot 3 cm en tot 14 dagen).
2 een symptomatische behandeling moet dan worden verstrekt.
Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. De meldingen moeten, bij voorkeur via een dierenarts, worden gestuurd naar ofwel de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ofwel de nationale bevoegde autoriteit via het nationale meldsysteem. Zie de bijsluiter voor de desbetreffende contactgegevens.
3.7 Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
Dracht:
Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.
3.8 Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Beschikbare gegevens ten aanzien van de veiligheid en werkzaamheid tonen aan dat dit vaccin kan worden toegediend op dezelfde dag als, maar niet gemengd kan worden met levend geattenueerde vaccins van Boehringer Ingelheim tegen de ziekte van Carré, adenovirosen, parvovirose en met geïnactiveerde vaccins van Boehringer Ingelheim tegen Leptospira canicola en Leptospira icterohaemorrhagiae.
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel, dan deze hierboven vermeld. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen.
3.9 Toedieningswegen en dosering
Subcutaan gebruik.
Dosering: 1 dosis van 1 ml.
Vaccinatieschema:
Primovaccinatie:
Eerste injectie vanaf:
- de vierde week bij puppies van niet gevaccineerde moedersdieren.
- de zesde week bij puppies van gevaccineerde moedersdieren.
Tweede injectie: 2 tot 3 weken later.
Herinentingen:
Een jaarlijks injectie wordt aanbevolen; voor fokteven vóór de periode van dekking en 14 dagen vóór ieder contact met een groep honden.
Het wordt echter aanbeloven om opnieuw een primovaccinatie toe te passen als de dieren meer dan één jaar geleden zijn gevaccineerd.
3.10 Symptomen van overdosering (en, in voorkomend geval, spoedbehandeling en tegengiffen)
Bij overdosering zijn geen andere bijwerkingen te verwachten dan die vermeld onder de rubriek 3.6 “Bijwerkingen”.
3.11 Speciale beperkingen op het gebruik en speciale voorwaarden voor het gebruik, met inbegrip van beperkingen op het gebruik van antimicrobiële en antiparasitaire diergeneesmiddelen om het risico op ontwikkeling van resistentie te beperken
Niet van toepassing.
3.12 Wachttijd(en)
Niet van toepassing.
4. Immunologische gegevens
4.1 ATCvet-code: QI07AL05
Farmacotherapeutische groep: geïnactiveerd en geadjuveerd vaccin tegen ademhalingsaandoeningen veroorzaakt door Bordetella bronchesptica en het parainfluenza type 2 virus bij honden.
De bescherming door een primovaccinatie werd aangetoond met een virulente challenge en de bescherming door herhalingsvaccinatie werd beoordeeld met een antistoffenrespons.
Een vermindering van de uitscheiding bij ademhalingsaandoeningen veroorzaakt door Bordetella bronchispetica en het parainfluenza type 2 virus is aangetoond bij de aanvang van de immuniteit.
5. Farmaceutische gegevens
5.1 Belangrijke onverenigbaarheden
Niet vermengen met enig ander diergeneesmiddel.
5.2 Houdbaarheidstermijn
Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking: 2 jaar.
Houdbaarheid na eerste opening van de primaire verpakking: direct gebruiken.
5.3 Bijzondere voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Gekoeld bewaren en transporteren (2°C – 8°C). Beschermen tegen licht en tegen bevriezing.
5.4 Aard en samenstelling van de primaire verpakking
Aard van de primaire verpakking:
Glazen (type I) injectieflacon
Butylelastomeer sluiting
Aluminium felscapsule
Verpakkingsgrootte:
Doos met 10 injectieflacons van 1 dosis.
5.5 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen van niet gebruikte diergeneesmiddelen of afvalmateriaal voortkomend uit het gebruik van het diergeneesmiddel
Geneesmiddelen mogen niet verwijderd worden via afvalwater of huishoudelijk afval.
Maak gebruik van terugnameregelingen voor de verwijdering van ongebruikte diergeneesmiddelen of uit het gebruik van dergelijke middelen voortvloeiend afvalmateriaal in overeenstemming met de lokale voorschriften en nationale inzamelingssystemen die op het desbetreffende diergeneesmiddel van toepassing zijn.
6. Naam van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Boehringer Ingelheim Animal Health Belgium SA
7. Nummer(s) van de vergunning(en) voor het in de handel brengen
BE-V135247
8. Datum eerste vergunningverlening
Datum van eerste vergunningverlening: 03/09/1986
9. Datum van de laatste herziening van de samenvatting van de productkenmerken
18/04/2025
10. Indeling van het diergeneesmiddel
Diergeneesmiddel op voorschrift.
Gedetailleerde informatie over dit diergeneesmiddel is beschikbaar in de diergeneesmiddelendatabank van de Unie (https://medicines.health.europa.eu/veterinary).







